Wolk 1 Wolk 2 Wolk 3

13 juni 1943 - IJsselmeer

Pathfinders

Het vinden van de aanvalsdoelen is voor de geallieerde vliegtuigbemanningen een lastige opgave. In Duitsland en de bezette landen zijn strenge verduisteringsmaatregelen van kracht, waardoor steden en dorpen vanuit de lucht ’s nachts niet te herkennen zijn. Ook dikke bewolking, mist en moedwillig veroorzaakte rookgordijnen zorgen er soms voor dat doelen niet te vinden zijn. Zeker in de eerste oorlogsjaren komt het geregeld voor dat vliegtuigen terugkeren zonder hun bommen op de aangewezen plek te hebben afgeworpen.

In augustus 1942 stelt de RAF de Pathfinder Force samen. De meest ervaren bemanningsleden worden uitgezocht voor deze elite-eenheid, die ervoor moet zorgen dat de aanvalsdoelen duidelijk worden gemarkeerd.
Een van de squadrons die half augustus 1942 wordt ingedeeld bij de Pathfinder Force is No. 83 Squadron. De eenheid is al vanaf augustus 1942 gestationeerd op het vliegveld Wyton, zo’n tien kilometer ten noordwesten van Cambridge. 

Bemanning

Op RAF Wyton is het een komen en gaan van bemanningsleden. Gesneuvelde, gewonde en vermiste vliegeniers worden doorlopend door nieuw personeel vervangen. Af en toe zwaaien er mensen af omdat ze hun ‘tour of operations’ hebben volbracht. Bij de Pathfinder Force gebeurt dat pas na 45 operationele vluchten in plaats van de gebruikelijke 30.
Onder de nieuwe aanwas van ‘No. 83’ is in april 1943 de ervaren piloot Eric Arthur Tilbury, die er dan al tientallen missies bij andere squadrons op heeft zitten. Hoewel er soms een invaller is, behoren zes andere oudgedienden van de RAF vanaf het begin tot zijn vaste bemanning. 

Bochum

Een van de aanvalsdoelen van de RAF in het Ruhrgebied is Bochum, dat in 1940 ongeveer 300.000 inwoners heeft. Een groot deel van de beroepsbevolking is werkzaam in de kolenmijnen en in de staalindustrie.

Op Pinksterzondag, 13 juni 1943 verschijnen tussen 01.11 en 01.54 uur 430 bommenwerpers van de Royal Air Force boven de stad. In ruim veertig minuten wordt 134 ton aan explosieve en brandbommen boven Bochum afgeworpen.
Achter de cijfers gaat voor de bevolking van Bochum een tragedie schuil. Tenminste 350 inwoners komen bij het bombardement om het leven en 1365 gebouwen gaan geheel in vlammen op of raken zwaar beschadigd. Duizenden inwoners worden dakloos en moeten noodgedwongen in openbare gebouwen of bij familie worden ondergebracht. Het blussen van de branden neemt dagen in beslag. 

Maiden flight

Een van de deelnemende vliegtuigen van No. 83 Squadron aan de aanval op Bochum is Lancaster ED603. Het toestel is net bij het squadron afgeleverd en begint aan zijn ‘maiden flight’ als het om 23.01 uur over de startbaan van Wyton rolt. De ED603 heeft een bommenlading van 4 Target Indicators (lichtfakkels), een zware ‘cookie’ van 4000 lbs, vier bommen van 1000 lbs en 8 bommen van 500 lbs aan boord. 

Crash

De retourvlucht van de ED603 over Nederland gaat aan de Duitsers niet onopgemerkt voorbij. In het land staan meerdere radarinstallaties waarmee de geallieerde bommenwerpers kunnen worden gevolgd. Als Eric Tilbury boven het noordelijke deel van het IJsselmeer vliegt wordt zijn Lancaster waargenomen door de radarstations ‘Eisbär’ bij Sondel en ‘Hering’ bij Medemblik. De radargegevens helpen de Duitse piloot Rudolf Sigmund om de ED603 te kunnen onderscheppen. Net na tweeën weet hij met het boordgeschut van zijn Messerschmitt Bf-110 de Lancaster op ongeveer 5800 meter hoogte neer te schieten. “02,11 Uhr Abschuss 1 Lancaster 15 km nordostw. Oosterland ins Ysselmeer durch Nachtjäger; Schicksal der Besatzung unbekannt”, meldt een Duits logboek.

Vermist

Een week na de crash worden de gruwelijke gevolgen van het nachtelijke treffen tussen Hauptmann Sigmund en de Lancaster ED603 zichtbaar. Op 20 juni 1943 spoelt een eerste lichaam aan op tweehonderd meter afstand van de Duitse observatiepost aan het IJsselmeer bij Workum.  Op 22 juni 1943 spoelen op één dag nog drie stoffelijke overschotten aan op de Friese kust, sommige met hun ongeopende parachute nog om.
Voor de nabestaanden begint in juni 1943 een lange periode van onzekerheid. De vliegeniers worden door de RAF aanvankelijk als ‘missing in action’ beschouwd. Pas eind september 1946 wordt na onderzoek van de graven definitief bevestigd waar zij zijn begraven en vervliegt iedere hoop op terugkeer. 

Nieuwe hoop

De lichamen van de bemanningsleden Ray Moore, Arthur Smart en Charles Sprack spoelen in de weken na de crash van de ED603 niet aan. Zij behoren tot de bijna 220 vermiste bemanningsleden van geallieerde vliegtuigen die in het IJsselmeer zijn neergestort. Lange tijd lijkt het er op dat hun lot nooit precies zal kunnen worden opgehelderd. Nieuwe hoop ontstaat wanneer in de zomer van 1995 ten zuiden van Breezanddijk het wrak van de ED603 wordt aangetroffen door de opvarenden van de Volendamse viskotter VD-64.
Omdat er een aanzienlijke kans is dat in het wrak van Lancaster ED603 menselijke resten zullen worden aangetroffen, komt het vliegtuig in 2019 op de lijst van dertig tot veertig wrakken die in het kader van het dan nieuwe Nationaal Programma Berging Vliegtuigwrakken in heel Nederland zullen worden geborgen. Na maanden van voorbereiding starten de bergingswerkzaamheden onder aansturing van de gemeente Súdwest-Fryslân en de Stafofficier Vliegtuigbergingen van het Commando Luchtstrijdkrachten in het najaar van 2023. Voor de berging moet een klein deel van het IJsselmeer worden drooggelegd. Al na enkele dagen worden de stoffelijke resten van de drie vermiste bemanningsleden gevonden.

Bemanning: 

G.R. Sugar
R.E. Moore
A.B. Smart
C.F.J. Sprack
E.A. Tilbury
A.G. Fletcher
H.E. Howsam

Bekijk de crashgegevens