Op 16 juli 1943 steeg de eenentwintigjarige onderofficier Georg Wilhelm in zijn Messerschmitt Bf 109 ‘Gelbe 3’ op vanaf de Fliegerhorst Leeuwarden om boven het Noarderleech oefenbommen af te werpen. Door een fatale besturingsfout stortte hij neer in het oefenterrein.
De bewoners van de boerderijen achter de zeedijk bij Hallum werden op 12 mei 1940 voor het eerst geconfronteerd met de felle luchtstrijd die zich boven Nederland afspeelde. Op die dag maakte een Duits jachtvliegtuig, een Messerschmitt Bf 109, aan het begin van de middag een noodlanding in het Noarderleech. Het was een van de honderden toestellen die in de meidagen naar beneden kwamen. De piloot, die boven de Afsluitdijk door luchtafweergeschut was beschoten, kon het vliegtuig ongedeerd verlaten. Hij werd afgevoerd naar het vliegveld van Leeuwarden, waar op de dag dat Nederland capituleerde, 14 mei 1940, het eerste Duitse vliegtuig landde.
Het vliegveld was in de jaren 1936-1937 net buiten de stad aangelegd en werd tot de Tweede Wereldoorlog vooral gebruikt voor binnenlandse passagiers- en vrachtvluchten. Al vóór de inval in Nederland had de bezetter plannen ontwikkeld om de kleine, maar strategisch gelegen luchthaven om te vormen tot een militair vliegveld, een Fliegerhorst. In de zomer van 1940 begon de Duitse luchtmacht, de Luftwaffe, met het uitbreiden van het vliegveld Leeuwarden. Iedere dag werkten er ruim zevenduizend arbeiders om startbanen, hangars, personeelsverblijven en opslagplaatsen aan te leggen. De bouwwerkzaamheden bleven niet tot de Fliegerhorst beperkt. In heel Friesland verschenen bouwwerken die de Luftwaffe in haar taak ondersteunden. Bekend zijn de hoge radarantennes met bijbehorende bunkercomplexen bij Sondel in Gaasterland en op Terschelling. Kleinere observatieposten werden onder andere gebouwd in de omgeving van Lemmer, Stavoren, Harlingen en Wierum.
Een gedeelte van het Noarderleech werd in augustus 1940 in gebruik genomen als oefenterrein van de Fliegerhorst Leeuwarden. In het buitendijkse gebied maakten de Duitsers twee grote houten scheepsmodellen, waarop vliegeniers hun oefenbommen konden afwerpen. Tijdens een oefening moest de polhoeder, de beheerder van het gebied, er op toe zien dat er geen mensen en vee meer in het Noarderleech aanwezig waren. Hij diende er ook voor te zorgen dat de inslagkraters van de bommen weer werden gedicht. In het gebied werden niet alleen ongevaarlijke oefenbommen afgeworpen. Omdat piloten om veiligheidsredenen nooit mochten landen met hun bommenlast aan boord, werd het Noarderleech ook als terrein voor de noodafworp van echte bommen bestemd. Vlakbij de zomerdijk brachten de Duitsers een grote rode letter ‘N’ in het landschap aan om de vliegeniers te wijzen op de aanwezigheid van een ‘Notabwurfplatz’. Als er een noodafworp had plaatsgevonden, liet de Luftwaffe de nietontplofte vliegtuigbommen zo snel mogelijk verwijderen. Op 6 juni 1942 kwamen daarbij drie Duitse militairen om het leven.
Deze bunker werd in 1941 gebouwd om de resultaten van de bombardementen en beschietingen te kunnen observeren. Het Luftwaffepersoneel dat de bunker bemande werd goed beschermd door de betonnen wanden, die meer dan vijftig centimeter dik zijn. De verhoogde vloer zorgt ervoor dat het bouwwerk bij overstroming van het buitendijkse gebied niet onder water komt te staan.
Aan de noordzijde van de bunker, boven de observatiesleuven, was tijdens de bezetting een grote spiegel aangebracht. Daarmee konden de verrichtingen van de vliegeniers rondom worden geobserveerd. De betonnen oefenbommen die werden afgeworpen waren voorzien van een klein glazen buisje met fosfor. Als een bom de grond raakte ontstond er vuur en rook en zo kon in de bunker de inslag worden waargenomen.
Boven het oefenterrein werd waarschijnlijk in 1944 voor het laatst gebombardeerd. Kort voor de bevrijding probeerden de Duitsers de observatiebunker tevergeefs op te blazen. Het gebouw raakte daarbij beschadigd, maar bleek na de oorlog nog goed bruikbaar te zijn als opslagplaats voor de polhoeder en als schaftlokaal voor landaanwinningsarbeiders. In 2003 en 2013 kreeg de bunker in opdracht van It Fryske Gea een flinke opknapbeurt, waarbij onder andere leuningen zijn aangebracht zodat de bunker als uitzichtpunt gebruikt kan worden. Daarnaast wordt de bunker tegenwoordig gebruikt als uitvalsbasis voor scholenprogramma’s. In het voor- en najaar krijgen honderden basisschoolleerlingen in dit unieke gebied een onvergetelijke en educatieve natuurervaring.
Dat het oefenen niet zonder gevaar was, blijkt uit de dood van de eenentwintigjarige onderofficier Georg Wilhelm. Hij was een piloot uit Leipzig die vanaf mei 1943 was ingedeeld bij het Jagdgeschwader 1. Op 16 juli 1943 steeg hij in zijn Messerschmitt Bf 109 ‘Gelbe 3’ op vanaf de Fliegerhorst Leeuwarden om boven het Noarderleech oefenbommen af te werpen. Nadat hij de projectielen had gelost cirkelde Wilhelm boven het terrein om het resultaat van zijn afworp te bekijken. Hij maakte daarbij een fatale besturingsfout, waardoor het vliegtuig vanaf een hoogte van zo’n vijfhonderdmeter naar beneden stortte. Door de grote snelheid waarmee het de grond raakte werd Georg Wilhelm op slag gedood.
Het wrak van de ‘Gelbe 3’ drong diep door in de zachte bodem van het Noarderleech. De Luftwaffe slaagde er daardoor niet in om Wilhelm’s stoffelijke resten te bergen. Al tijdens de bezetting markeerden de Duitsers de crashlocatie als veldgraf. Na de bevrijding werd het grote Duitse kruis dat op het graf was geplaatst vervangen door een eenvoudig houten exemplaar. In de jaren zeventig werd ook dat gedenkteken verwijderd. Hoewel in het landschap niets meer herinnerde aan de aanwezigheid van het graf, was het bestaan ervan een bijzonderheid. Veel oorlogsslachtoffers die in bekende veldgraven waren bijgezet werden na de oorlog alsnog geborgen en herbegraven.
De crashlocatie waar Georg Wilhelm neerstortte is lange tijd het enige nog bestaande Luftwaffe veldgraf in de provincie Fryslân. Nabestaande Peter Krämer, die door de SMAMF na jarenlang onderzoek in Duitsland is opgespoord, zegt: “Ik schrok toen ik zeer gedetailleerde informatie over de eerste man van mijn moeder uit Friesland kreeg. Tegelijkertijd was ik ontroerd en geïnteresseerd in wat ze in Friesland allemaal hadden ondernomen om mijn stiefvader en de oorlog niet te vergeten. Het is toch verschrikkelijk hoe zo’n jonge onervaren piloot de dood vindt in het buitenland. Mijn moeder en mijn stiefzus Monika, die in 1982 stierf, waren nooit in de gelegenheid afscheid van hem nemen. Ik heb zelfs nog gedacht dat mijn stiefvader een oorlogsgraf in Leeuwarden had, maar ik kom er nu in Friesland achter dat hij nog in de cockpit zit, diep in de klei. Dat is heftig.”
In juli 2024 komt aan die situatie een einde. De crashlocatie van de ‘Gelbe 3’ in het Noarderleech wordt op verzoek van de gemeente Noardeast-Fryslân opgenomen in het Nationaal Programma Berging Vliegtuigwrakken en dat betekent dat het wrak en de stoffelijke resten van Georg Wilhelm kunnen worden geborgen. Al na enkele dagen graven komen vliegtuigonderdelen en menselijke resten boven de grond, die zullen worden begraven op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn.”
Bemanning: