Wolk 1 Wolk 2 Wolk 3

5 september 1942 - Jelsum

Zeven oorlogsgraven sieren al decennia lang het kerkhof van Jelsum. Het zijn de graven van de bemanningsleden van Halifax W1220: een Engelse bommenwerper die in de Tweede Wereldoorlog neerstortte in een weiland tussen Jelsum en de Dokkumer Ee. Dit is hun verhaal.

Bommen op Bremen

In de vroege ochtend van 5 september 1942 klinkt boven de Noord-Duitse havenstad Bremen het geronk van honderden geallieerde vliegtuigen. Vanaf diverse Engelse vliegvelden zijn deze nacht 251 toestellen opgestegen. Zij hebben de opdracht om de haven- en scheepsbouwinstallaties van Bremen te bombarderen. De luchtvloot werpt bijna vijfhonderd ton aan bommen af. Twee scheepswerven worden geraakt, net als opslagplaatsen en vier oliereservoirs langs de Weser. Honderden woningen, zeven scholen en drie ziekenhuizen worden door de bommen zwaar beschadigd. De enorme branden zijn vanuit vliegtuigen tot op honderdvijftig kilometer afstand te zien. Onder de bevolking vallen 124 doden en 470 gewonden.

Escalatie van de luchtoorlog 

Al meteen na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zet Duitsland op grote schaal bommenwerpers in tegen burgerdoelen. In grote steden vallen tienduizenden doden. Een geallieerde reactie op de bombardementen blijft niet uit. De Engelse luchtmacht, de Royal Air Force (RAF), gaat vooral ’s nachts de Duitse steden bombarderen. De Amerikanen doen dat vanaf 1943 ook overdag. Fabrieken, spoorwegen, vliegvelden en havens zijn het doelwit, maar heel vaak worden ook woonwijken getroffen. De gevolgen zijn honderdduizenden doden en grote verwoestingen.

Handley Page Halifax 

Bij de aanval op Bremen op 5 september 1942 vliegen zeven toestellen van No. 103 Squadron mee, waaronder Halifax W1220. De Handley Page Halifax heeft vier motoren en een laadvermogen van bijna zesduizend kilo. Dit vliegtuigtype kampt al vanaf zijn introductie met ontwerpfouten en technische storingen. Het verliespercentage van dit toestel ligt bovengemiddeld hoog. No.103 Squadron vliegt dan ook maar vier maanden met Halifax-bommenwerpers en stapt dan over op de betrouwbaardere Lancaster. 

De bemanning

Voor de aanval op Bremen stijgt Halifax W1220 om een minuut na middernacht op vanaf de thuisbasis, het vliegveld RAF Elsham Wolds bij Lincolnshire. De bemanning bestaat uit vier - deels in Engeland geboren - Australiërs en drie Britten. 



Sgt. Ernest Lewis Davies (piloot)

 *27-05-1918 Ipswich, Queensland, Australië
Piloot Ernest Lewis Davies, ‘Ernie’, is geboren in de buurt van Brisbane, Australië. Hij is gek op cricket en tennis, maar blinkt vooral uit in voetbal, dat hij op behoorlijk hoog niveau speelt. De laatste jaren voor de oorlog werkt hij als wolsorteerder. In 1941 meldt hij zich aan bij de Royal Australian Air Force (RAAF). Na training in Canada en Engeland komt hij in juni 1942 bij 103 Squadron.



P/O Sydney Frank Belbin (navigator)

 *05-10-1908 Hobart, Tasmanië, Australië
 Met zijn 33 jaar is Sydney Frank Belbin het oudste lid van Davies’ crew. Hij staat al jaren als leraar voor de klas. In 1937 trouwt hij met Mattie Wall. Tweeënhalf jaar later wordt hun zoon Gerry geboren, die nog maar een peuter is als Sydney zich begin 1941 vrijwillig bij de Royal Australian Air Force aanmeldt. Belbin volgt opleidingen in Australië, Canada en Engeland. In mei 1942 leert hij sergeant Davies kennen en korte tijd later vertrekken zij naar het vliegveld van Elsham Wolds.



Sgt. John Douglas Whitehead (bommenrichter)

 * 12-08-1920 Anston, Yorkshire, Engeland
Bommenrichter John Douglas Whitehead groeit op in het dorp Anston in Yorkshire, op een boerderij. Nadat hij zijn diploma heeft behaald gaat hij aan de slag als vertegenwoordiger van een meubelmakerij. In juli 1940 meldt hij zich vrijwillig aan bij de Royal Air Force.  Bij een trainingseenheid leert hij Ernie Davies kennen, met wie hij diverse oefenvluchten maakt.



Sgt. John James Parish (boordwerktuigkundige)

* 29-04-1920 Birmingham, Warwickshire, Engeland
John James groeit met zijn drie broers en twee zussen op in de wijk Winson Green in Birmingham. Na het verlaten van de lagere school gaat hij aan de slag in een metaalwarenfabriek. In oktober 1938, een paar maanden na zijn achttiende verjaardag, treedt John in dienst van de Royal Air Force, waar hij wordt opgeleid tot vliegtuigmecanicien. Bij de luchtmacht bewijst hij zich als een echte sportman en wint hij prijzen voor hardlopen, kogelstoten en speerwerpen. In 1942 stapt hij over van van het grondpersoneel naar een functie aan boord en zo komt bij bij No. 103 Squadron terecht.



Sgt. Sidney Mervyn Selway (boordschutter)

* 16-03-1920 Willesden, Middlesex, Engeland
 Sidney Selway groeit op in de voorsteden van Londen. Zijn vader Arthur John werkt bij een wasserette en moeder Nora handelt in meubilair. Sidney helpt haar soms met de bezorging van zware kasten. In zijn jeugd is hij actief bij de padvinderij. In augustus 1940, een paar maanden na zijn twintigste verjaardag, neemt Selway dienst bij de RAF. Hij heeft al meerdere vluchten gemaakt als hij op een missie naar Emden Ernie Davies leert kennen.



Sgt. James Grant Crockett (staartschutter)

 * 26-05-1909 Hackney, Londen, Engeland
 James ‘Jim’ Grant Crockett wordt geboren in Londen maar groeit op in Australië, waar zijn vader een bedrijf opzet in meubilair en houten plaatmateriaal. James is een gepassioneerde sporter die voetbalt, roeit en cricket speelt. Hij studeert medicijnen, maar wordt daarna vertegenwoordiger voor het bedrijf van zijn vader. In januari 1941 meldt hij zich aan voor de RAAF. In augustus 1942, als 103 Squadron is overgestapt op Halifaxes, wordt hij staartschutter in de crew van Ernie Davies.



Sgt. Alec Henry Beesley (radiotelegrafist)

 * 31-05-1916 Camberwell, Londen, Engeland
 Net als Jim Crockett wordt Alec Beesley geboren in Londen en groeit hij op in Australië. Hij heeft een moeilijke jeugd als zoon van een onbekende vader en komt onder de voogdij van een pleegmoeder. Er zijn voor hem geen mogelijkheden om na zijn veertiende verder te leren en daarom gaat hij aan het werk op een suikerrietplantage en daarna in een goudmijn. Hij ontwikkelt interesse in fotografie, techniek en luchtvaart en meldt zich in oktober 1940 aan voor de RAAF. Op 20 juni 1942 arriveert Beesley tegelijk met Belbin, Whitehead en Davies bij No. 103 Squadron.


Bekijk de crashgegevens

Crash bij Jelsum 

Meteen nadat sergeant Whitehead de bommen van de W1220 heeft gelost draait Ernie Davies de Halifax voor de terugvlucht naar Engeland. Wat er daarna precies gebeurt is niet bekend. Zeker is dat het toestel om 03.39 uur op een vlieghoogte van duizend meter in het vizier komt van de Duitse nachtjachtpiloot Egmont zur Lippe Weißenfeld, die vanaf het vliegveld van Leeuwarden is opgestegen. Een salvo uit de machinegeweren van zijn Messerschmitt Bf-110 zorgt er voor dat de W1220 in brand vliegt en neerstort bij de Dokkumer Ee. Alle zeven bemanningsleden komen hierbij om het leven. De klerk van 103 Squadron schrijft de volgende ochtend in zijn logboek “Sgt. Davies did not return”. Halifax W1220 is een van de twaalf RAF-toestellen die niet terugkeert van de aanval op Bremen. 

Op de foto: nachtjachtpiloot Egmontzur Lippe Weißenfeld  

Berging van de romp van Halifax W1220 door de Luftwaffe

De laatste rustplaats 

De lichamen worden geborgen en op 7 september 1942 begraven op het kerkhof van Jelsum. Dorpsbewoners zijn hierbij niet welkom. Zij betuigen hun respect als de Duitse delegatie is vertrokken. Pas na de oorlog komen de nabestaanden van de bemanningsleden te weten waar hun dierbaren begraven zijn. De graven in Jelsum zijn sinds 1952 voorzien van witte grafstenen en vormen een belangrijk herdenkingspunt. 

Grafkruizen te Jelsum, ca. 1945